Architectuur in België

Onder architecturale meerwaarde wordt verstaan bouwwerken van de hand van innovatieve architecten die om hun architecturale verwezenlijkingen in enge of bredere kring een reputatie hebben verworven. Een tweede categorie betreft bouwwerken gebaseerd op een doordacht concept met een visie op termijn.

Binnen dit referentiekader focust ArchitectenWoning op modernistische bouwwerken. Naast de zuiverder vormen van het modernisme zijn ook begrepen inspirerende panden/woningen die als onderscheidend criterium hebben dat ze in het tijdsvak dat ze zijn gerealiseerd hun tijd ver vooruit waren.

ArchitectenWoning is bijgevolg gespecialiseerd in panden/woningen die omwille van hun intelligent bouwkundig & esthetisch concept en hun hoog ‘cool‘gehalte een investering zijn op langere termijn. En een dagelijkse bron van geluk en verwondering om zoveel uitgebalanceerde schoonheid.

Art Nouveau
ca. 1890 tot WO I


Internationale beweging als reactie op de neostijlen, maar met sterk lokale verschillen. In België kent de stijl 2 stromingen, namelijk enerzijds de florale art nouveau met Victor Horta als boegbeeld en anderzijds de geometrische art nouveau beïnvloed door de Wiener Secession met Paul Hankar als boegbeeld. Bouwstijl met constructieve elementen die als versiering worden ingezet. Stijl gekenmerkt door het gebruik van giet- en smeedijzer, glas, asymmetrie en een vloeiend lijnenspel. Bron van inspiratie voor de ornamenten is de dieren- en plantenwereld. Art nouveau is een totaalkunstvorm, die - op zijn best - zowel het interieur als het exterieur tot in de kleinste details omvat.

 
 

Art Deco
ca.1910 tot WO II

Geometrie wordt ornament. In de eerste fase of proto-art deco worden neoclassicistische gevels onder Weense en Franse invloed voorzien van geometrisch gestileerde ornamenten. De Nederlandse architectuur drukt in een volgende fase haar stempel waardoor een samenspel met baksteenverbanden en -kleuren wordt ingevoerd. Het volledige gevelschema evolueert geometrisch door de typische geknikte gevelvormen.Vensters en deuren krijgen afgeschuinde bovenhoeken of worden uitgewerkt in ruit- en trapeziumvorm. De geometrische ornamentiek wordt aangevuld met smeedwerk en glas-in-lood. De driehoek is een populair element. De jaren 30 zijn een scharniermoment in de evolutie van de art deco. Elementen uit het modernisme en vooral uit de scheepsarchitectuur worden decoratief in gevels geïntegreerd: vlaggenmasten, patrijspoortvensters en gestileerd gestroomlijnde vormen.

Modernisme
jaren 1920-1960

Modernisme is de term die wij met ArchitectenWoning hanteren voor alle architectuur die getuigt van een streven naar vernieuwing door versobering van vormen. De meest pure vorm van modernisme, vaak de internationale stijl of het functionalisme genoemd, wordt gekenmerkt door een rationeel grondplan, eenvoudige geometrische vormen, dragende (beton)skeletten met platte daken, lichte scheidingswanden en het gebruik van moderne materialen. De meeste modernistische gebouwen bereiken echter niet het uitgepuurde niveau van de internationale stijl, maar getuigen wel duidelijk van een streven naar verzakelijking. Dergelijke panden zijn doorgaans uitgewerkt met egale bakstenen parementen, een bescheiden volumewerking en sterk gereduceerde of nauwelijks aanwezige decoratie. De modernistische bouwstijl overkoepelt een aantal stromingen waaronder de internationale stijl, de zogeheten nieuwe zakelijkheid, het functionalisme en de pakketbootstijl.

 
 

brutalisme
(1950 - 1970)



Bouwstijl geïnspireerd op de late werken van Le Corbusier, met zijn expressieve, ruw afgewerkte vormen. Typisch is het toepassen van zichtbaar metselwerk en ruw, onversierd beton, het zogenaamde zichtbeton of béton brut, waarbij de textuur van het bekistingshout wordt gebruikt om het materiaal te vormen.

 
 

High-Tech
jaren 80

Bouwt verder op het modernistische idee dat een gebouw de ‘veruitwendiging’ moet zijn van een bouwprogramma. Constructie - vaak stalen skeletstructuren - en technische installaties worden expliciet getoond. Het gebouw wordt ode aan de technologie en de ingenieurskunst. Een bekend voorbeeld van high tech is het Centre Pompidou in Parijs (1976) van de hand van Richard Rogers en Renzo Piano.

 
 

organische architectuur
diverse tijdvakken



Functie bepaalt vorm. Men gaat ervan uit dat architectuur een invloed uitoefent op de feelgood van de gebruiker. Via schuine plafonds, afgeronde hoeken en een beweeglijke vormgeving wil men een aangename ‘natuurlijk vloeiende’ omgeving creëren in organische eenheid met de bewoner.